Art. 8.08 BPR, Watersport zonder schip
Binnenvaartpolitiereglement (BPR)
1. Een persoon die zwemt dan wel die op andere wijze watersport bedrijft zonder gebruik te maken van een schip moet voldoende afstand houden van een varend schip of een varend drijvend voorwerp dan wel van een drijvend werktuig in bedrijf.
2. Zwemmen, watersport zonder gebruik te maken van een schip en onderwatersport zijn verboden:
a. op een wachtplaats of in de onmiddellijke nabijheid van een brug, een sluis of een stuw;
b. in gedeelten van de vaarweg bestemd voor de doorgaande scheepvaart;
c. in routes van veerponten;
d. in havens en nabij de ingangen daarvan;
e. in de nabijheid van meergelegenheden;
f. in gebieden aangewezen voor snelvaren of waterskiën;
g. in de door de bevoegde autoriteit aangewezen gebieden.
3. De bevoegde autoriteit kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het tweede lid. Aan de vrijstelling of ontheffingen kunnen voorschriften worden verbonden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Amsterdam 4 oktober 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6152
- Rb. Amsterdam 31 maart 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1755
- Rb. Amsterdam 24 augustus 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:4465
- Rb. Arnhem 13 januari 2006, ECLI:NL:RBARN:2006:AU9586
- Rb. Amsterdam 21 februari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:1019
- Rb. Amsterdam 1 juli 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:4121
- Hof 's-Gravenhage 22 januari 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BL0298
- Hof Amsterdam 1 september 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2495