Rb. Amsterdam 4 oktober 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6152

Eisers hebben een drietal procedures aangespannen die gaan over de vraag in hoeverre het water bij de steiger aan de Borneokade in Amsterdam bedoeld is om te zwemmen. Eisers stellen dat zij overlast ondervinden van het zwemmen vanaf de steiger. Zij hebben daarom een tweetal handhavingsverzoeken ingediend. Tegen de afwijzingen van deze verzoeken en tegen een verkeersbesluit dat als gevolg had dat het zwemverbod is opgeheven, hebben eisers beroep ingesteld. De rechtbank stelt eisers in het gelijk. De rechtbank is van oordeel dat het college, in alle zaken, de besluiten onvoldoende heeft gemotiveerd. Naar het oordeel van de rechtbank is het college onvoldoende ingegaan op de belangen van eisers. Het college had, voordat zij de besluite nam moeten onderzoeken wat de belangen van eisers zijn en welke gevolgen de besluiten voor eisers zouden hebben. Daarnaast is het college uitgegaan van een onjuiste uitleg van bepalingen in het bestemmingsplan en in de APV. Zo is de rechtbank van oordeel dat in het geval van de Borneokade niet gesproken kan worden van dat het zwemmen valt onder extensief recreatief medegebruik zoals dat is toegestaan door het bestemmingsplan. Het zwemmen aan de Borneokade concentreert zich, vooral op warme dagen, op één bepaalde plek. Namelijk in het water rondom de steiger. Daarmee wordt een groot feitelijk beslag gelegd door één activiteit, die op warme dagen door relatief veel mensen wordt beoefend. Dit betekent dat uiteindelijk in een beperkt deel van het water, relatief veel mensen recreëren. Dit kan niet als extensief recreatief medegebruik worden aangemerkt. Verder is de rechtbank van oordeel dat ook sprake is van een overtreding van artikel 5.5 van de APV. Stemgeluid en/of andere gedragingen van recreanten kunnen hinder opleveren als bedoeld in dit artikel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken