Art. 13.6 Wm, Bijzondere bepalingen
Indien de aanvrager daarom heeft verzocht, stelt het bevoegd gezag hem, voordat het stukken ter inzage legt die niet van zijn kant zijn ingebracht, in de gelegenheid die stukken in te zien met het oog op de toepassing van de artikelen 19.3 tot en met 19.5. Tot de in de eerste volzin bedoelde stukken behoren niet de verslagen, gemaakt overeenkomstig artikel 3:17, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en afschriften van zienswijzen, door anderen dan betrokken bestuursorganen ingebracht overeenkomstig artikel 3:15 van die wet.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 9 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:362
- Rb. Noord-Nederland 26 juni 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:2521
- ABRvS 19 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:109
- Rb. Zeeland-West-Brabant 12 maart 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:1589
- Rb. Oost-Brabant 30 december 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:8671
- Rb. Noord-Nederland 20 september 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:5450