Art. 6 Beschikking controlevoorschriften inzake het gebruik of de bestemming van bepaalde landbouwprodukten 1979

Beschikking controlevoorschriften inzake het gebruik of de bestemming van bepaalde landbouwprodukten 1979

1. Het bepaalde in artikel 2 is van overeenkomstige toepassing op de navolgende produkten, niet zijnde een interventieprodukt of een daarmee gelijkgesteld produkt als bedoeld in artikel 4, waarvoor ingevolge enige EEG-verordening steun wordt verleend, onder de voorwaarde van denaturatie en/of verwerking dan wel onder de voorwaarde, dat bij verkoop aan deze produkten een bijzonder gebruik en/of een bijzondere bestemming dient te worden gegeven, en wordt het gestelde achter het eerste gedachtenstreepje gelezen als volgt: ondermelk, magere melkpoeder en boter; overeenkomstig het in de desbetreffende EEG-verordening bepaalde, zolang die voorwaarde nog niet volledig is vervuld:

ondermelk en mager melkpoeder:

dit ondermelk of mager melkpoeder verkregen of met behulp daarvan vervaardigde produkten.

2. Het bepaalde in artikel 2 is voorts een overeenkomstige toepassing op sojabonen waarvoor ingevolge Verordening (EEG) nr. 1491/85 (PbEG L 151) en haar uitvoeringsbepalingen steun wordt verleend onder de voorwaarde van verwerking of aflevering aan een onderneming die gehouden is tot verwerking, zolang deze verwerking nog niet volledig is geschied.