Art. 2:364 BW, Hoofdindeling van de balans
Burgerlijk Wetboek Boek 2 (BW2)
1. Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van de rechtspersoon al of niet duurzaam te dienen.
2. Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, materiële en financiële vaste activa.
3. Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, vorderingen, effecten, liquide middelen, en, voor zover zij niet onder de vorderingen zijn vermeld, de overlopende activa.
4. Onder de passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen, de schulden en, voor zover zij niet onder de schulden zijn vermeld, de overlopende passiva.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Midden-Nederland 19 juni 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:CA3225
- Hof Amsterdam 6 juli 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1765
- Conclusie A-G VAN BALLEGOOIJEN 12 mei 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV0430
- HR 12 april 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1554
- Conclusie A-G Verburg 12 april 1995, ECLI:NL:PHR:1995:AA1554
- Hof Arnhem-Leeuwarden 16 september 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5734
- Hof Amsterdam 30 november 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2911