Art. 2:334s BW, Algemene bepalingen omtrent splitsingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 (BW2)
1. De leden 2 tot en met 4 zijn van toepassing indien van een vermogensbestanddeel aan de hand van de aan de akte van splitsing gehechte beschrijving niet kan worden bepaald welke rechtspersoon daarop na de splitsing rechthebbende is.
2. Indien het gehele vermogen van de gesplitste rechtspersoon is overgegaan, zijn de verkrijgende rechtspersonen gezamenlijk rechthebbende. Elke verkrijgende rechtspersoon deelt in het vermogensbestanddeel naar evenredigheid van de waarde van het deel van het vermogen van de gesplitste rechtspersoon dat hij verkrijgt.
3. Indien niet het gehele vermogen is overgegaan, is de gesplitste rechtspersoon rechthebbende.
4. Voor zover verkrijgende rechtspersonen uit hoofde van lid 2 aansprakelijk zijn voor schulden, zijn zij hoofdelijk verbonden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Arnhem-Leeuwarden 28 augustus 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:7753
- Conclusie A-G Wattel 15 maart 2024, ECLI:NL:PHR:2024:296
- Conclusie A-G Assink 22 september 2023, ECLI:NL:PHR:2023:828
- Conclusie A-G Lindenbergh 29 november 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1282
- Conclusie A-G Timmerman 13 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:921
- Rb. Gelderland 12 oktober 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:5747
- Rb. Den Haag 8 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:264
- Rb. Den Haag 24 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:17156
- Rb. Arnhem 1 juni 1999, ECLI:NL:RBARN:1999:AA1020
- Rb. Almelo 12 oktober 2005, ECLI:NL:RBALM:2005:AU4757
- Conclusie A-G Drijber 17 april 2026, ECLI:NL:PHR:2026:414
- Conclusie A-G Timmerman 13 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:922
- Hof 's-Hertogenbosch 10 april 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1522
- Hof Den Haag 1 juli 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:1173
- Hof Arnhem-Leeuwarden 6 mei 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:2758
- Hof Arnhem-Leeuwarden 19 december 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:10781
- Hof Amsterdam 28 januari 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:204