Art. 2:27 BW, Verenigingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 (BW2)
1. Wordt een vereniging opgericht bij een notariële akte, dan moeten de volgende bepalingen in acht worden genomen.
2. De akte wordt verleden in de Nederlandse taal. Indien de vereniging haar zetel heeft in de provincie Fryslân kan de akte in de Friese taal worden verleden. Een volmacht tot medewerking aan de akte moet schriftelijk zijn verleend.
3. De akte bevat de statuten van de vereniging.
4. De statuten houden in:
a. de naam van de vereniging en de gemeente in Nederland waar zij haar zetel heeft;
b. het doel van de vereniging;
c. de verplichtingen die de leden tegenover de vereniging hebben, of de wijze waarop zodanige verplichtingen kunnen worden opgelegd;
d. de wijze van bijeenroeping van de algemene vergadering;
e. de wijze van benoeming en ontslag van de bestuurders;
f. de bestemming van het batig saldo van de vereniging in geval van ontbinding, of de wijze waarop de bestemming zal worden vastgesteld.
5. De notaris, ten overstaan van wie de akte wordt verleden, draagt zorg dat de akte voldoet aan het in de leden 2-4 bepaalde. Bij verzuim is hij persoonlijk jegens hen die daardoor schade hebben geleden, aansprakelijk.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1601
- ABRvS 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:602
- HR 16 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:241
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 25 november 2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:263
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 17 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1192
- Conclusie A-G van Peursem 13 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:229
- Rb. Amsterdam 27 augustus 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BD5733
- Conclusie A-G Assink 13 oktober 2023, ECLI:NL:PHR:2023:911
- HR 16 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:242
- Hof Leeuwarden 16 oktober 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BY0522
- Hof Den Haag 8 juni 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1024
- Rb. Rotterdam 11 augustus 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AY6113
- Rb. Midden-Nederland 22 september 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:4820
- Rb. Midden-Nederland 11 juli 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:3056
- Rb. Assen 3 november 2010, ECLI:NL:RBASS:2010:BQ2189
- Rb. Arnhem 15 juli 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BJ4938
- Rb. Amsterdam 17 juni 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:8774
- Rb. Amsterdam 24 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:5392
- Conclusie A-G Assink 1 november 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1156
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 4 juni 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:195