Rb. Midden-Nederland 22 september 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:4820
eiseres wel ontvankelijk. Na de afsplitsing van het deel van het vermogen (inclusief het chaletpark in kwestie) naar een nieuwe vennootschap, zijn de vorderingen tegen gedaagde gecedeerd aan eiseres. Dat dit tijdens de procedure is gebeurd (naar aanleiding van het verweer) maakt dit niet ongeldig. De kettingbedingen met de boetes zijn oneerlijke bedingen in de zin van de richtlijn oneerlijke bedingen (93/13/EEG) en onredelijk bezwarende bedingen. Beroep op vernietiging slaagt. Vorderingen in reconventie afgewezen. Deze hadden ingesteld moeten worden tegen de afgesplitste vennootschap, welke nu eigenaar is van het chaletpark. Oproeping van de afgesplitste vennootschap afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl