Art. 2:110 BW, Naamloze vennootschappen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 (BW2)
1. Een of meer houders van aandelen die gezamenlijk ten minste een tiende gedeelte van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, of een zoveel geringer bedrag als bij de statuten is bepaald, kunnen door de voorzieningenrechter van de rechtbank op hun verzoek worden gemachtigd tot de bijeenroeping van een algemene vergadering. De voorzieningenrechter wijst dit verzoek af, indien hem niet is gebleken, dat verzoekers voordien aan het bestuur en aan de raad van commissarissen schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van de te behandelen onderwerpen het verzoek hebben gericht een algemene vergadering bijeen te roepen, en dat noch het bestuur noch de raad van commissarissen - daartoe in dit geval gelijkelijk bevoegd - de nodige maatregelen hebben getroffen, opdat de algemene vergadering binnen zes weken na het verzoek kon worden gehouden. Indien aandelen van de vennootschap of met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten daarvan zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, bedraagt deze termijn acht weken.
2. Voor de toepassing van dit artikel worden met houders van aandelen gelijkgesteld de houders van de certificaten van aandelen, welke met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven.
3. Tenzij de statuten anders bepalen, wordt aan de eis van schriftelijkheid van het verzoek als bedoeld in lid 1 voldaan indien dit verzoek elektronisch is vastgelegd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Timmerman 7 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1354
- Hof Amsterdam 29 mei 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1965
- Rb. Amsterdam 12 december 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BU7540
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2161
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10 februari 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:27
- Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 7 oktober 2022, ECLI:NL:OGEAM:2022:63
- Rb. Rotterdam 20 juni 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:6153
- Rb. Rotterdam 13 januari 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AU9620
- Rb. Dordrecht 23 maart 2000, ECLI:NL:RBDOR:2000:AA5234
- Rb. Amsterdam 10 augustus 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:5845
- Conclusie A-G Timmerman 9 april 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK1610
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10 mei 2011, ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ8940
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 23 oktober 2020, ECLI:NL:OGEAC:2020:303