Art. 4:28 BW, Andere wettelijke rechten
1. Indien de woning die de echtgenoot van de erflater bij diens overlijden bewoont, tot de nalatenschap of de ontbonden huwelijksgemeenschap behoort of de erflater, anders dan krachtens huur, ten gebruike toekwam, is de echtgenoot jegens de erfgenamen bevoegd tot voortzetting van de bewoning gedurende een termijn van zes maanden onder gelijke voorwaarden als tevoren. De echtgenoot is op gelijke wijze en voor gelijke duur bevoegd tot voortzetting van het gebruik van de inboedel, voor zover die tot de nalatenschap of de ontbonden huwelijksgemeenschap behoort of de erflater ten gebruike toekwam.
2. Jegens de erfgenamen en de echtgenoot van de erflater hebben degenen die tot diens overlijden met hem een duurzame gemeenschappelijke huishouding hadden, overeenkomstige bevoegdheden met betrekking tot het gebruik van de woning en de inboedel die tot de nalatenschap of de ontbonden huwelijksgemeenschap behoren.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 30 april 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:6726
- Rb. Rotterdam 5 augustus 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:11129
- Rb. Rotterdam 31 januari 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:690
- Rb. Oost-Brabant 10 november 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:5546
- Rb. Noord-Holland 16 juli 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:8549
- Rb. Noord-Holland 9 juli 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:7700
- Rb. Limburg 5 april 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:2373
- Rb. Gelderland 27 januari 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:4217
- Rb. Den Haag 25 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:6622
- Conclusie A-G Langemeijer 5 maart 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK9637
- Conclusie A-G De Vries Lentsch-Kostense 8 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2507
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 28 oktober 2024, ECLI:NL:OGEAC:2024:282