Rb. Oost-Brabant 10 november 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:5546

De zoon heeft het gebruiksrecht van de woning van de moeder verkregen en dat gebruiksrecht is door het overlijden van de moeder niet komen te vervallen. Eerst nadat het gebruiksrecht is beëindigd, zal de zoon verplicht zijn de woning te ontruimen. Ook het beroep op artikel 4:28 BW gaat niet op, omdat gesteld noch aannemelijk is gemaakt dat de zoon een duurzame gemeenschappelijke huishouding met de moeder had. Artikel 4:28 BW leidt ertoe dat in de daar genoemde gevallen de bewoning (in ieder geval) gedurende zes maanden na het overlijden kan worden voortgezet. Artikel 4:28 BW leidt er niet toe dat een bewoner zijn contractuele gebruiksrecht verliest. Het had op de weg van eiseres als executeur gelegen deze contractuele afspraak te beëindigen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen