Art. 4:219 BW, Vereffening van de nalatenschap
Wanneer de rechter heeft bepaald dat de nalatenschap mede in het belang van de schuldeisers van iemand die haar verworpen heeft, wordt vereffend, kunnen ook deze schuldeisers hun vorderingen indienen. Zij worden in de uitdelingslijst opgenomen, doch slechts batig gerangschikt voor zover een overschot aan hun schuldenaar zou zijn toegekomen, indien deze niet verworpen had; te dien einde kan de vereffenaar voor zoveel nodig verdeling van de nalatenschap vorderen en aan de verdeling deelnemen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Arnhem-Leeuwarden 25 augustus 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7022
- Rb. Zeeland-West-Brabant 12 november 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:7704
- Conclusie A-G De Vries Lentsch-Kostense 13 november 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ7540
- Rb. Rotterdam 3 november 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:8899
- Rb. Midden-Nederland 28 juni 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:2946
- Conclusie A-G Harteveld 3 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:34
- Hof Arnhem-Leeuwarden 17 maart 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:1935