Art. 4:159 BW, De bewindvoerder
Burgerlijk Wetboek Boek 4 (BW4)
1. Tenzij bij uiterste wil anders is geregeld, komt de bewindvoerder, of als er meer dan een bewindvoerder is, hun tezamen, per jaar een ten honderd van de waarde aan het einde van dat jaar van het onder bewind staande vermogen toe.
2. Zijn er twee of meer bewindvoerders en bevat de uiterste wil geen regeling omtrent de verdeling van hun beloning, dan ontvangt elk van hen een gelijke beloning, tenzij de kantonrechter anders bepaalt of zij tezamen anders overeenkomen.
3. Op grond van onvoorziene omstandigheden kan de kantonrechter, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de bewindvoerder, van de rechthebbende of iemand in wiens belang het bewind is ingesteld, voor bepaalde of voor onbepaalde tijd de beloning anders regelen dan bij de uiterste wil of de wet is aangegeven.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Den Haag 2 mei 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:6824
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 20 april 2020, ECLI:NL:OGEAC:2020:337
- Hof Den Haag 20 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2370
- Hof Arnhem-Leeuwarden 9 augustus 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:6989
- Rb. Zeeland-West-Brabant 3 april 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:1948
- Rb. Zeeland-West-Brabant 2 oktober 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6729
- Rb. Zeeland-West-Brabant 26 augustus 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:5989
- Rb. Zeeland-West-Brabant 4 juli 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:4705
- Rb. Rotterdam 24 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:13599
- Rb. Rotterdam 10 juli 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:8733
- Rb. Rotterdam 12 april 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4115
- Rb. Rotterdam 21 mei 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:4180
- Rb. Rotterdam 25 april 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:3845
- Rb. Noord-Holland 18 februari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:1723
- Rb. Noord-Holland 16 maart 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:2386
- Rb. Midden-Nederland 17 februari 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:469
- Rb. Midden-Nederland 19 november 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:6398
- Rb. Limburg 7 maart 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:1068
- Rb. Amsterdam 25 oktober 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:8130
- Hof 's-Hertogenbosch 6 februari 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:293