Art. 4:155 BW, Testamentair bewind
Burgerlijk Wetboek Boek 4 (BW4)
1. Het bewind over een erfdeel of een legaat wordt vermoed te zijn ingesteld in het belang van de rechthebbende, tenzij een der volgende leden van toepassing is.
2. Het bewind over een vruchtgebruik wordt vermoed zowel in het belang van de vruchtgebruiker als van de hoofdgerechtigde te zijn ingesteld. Hetzelfde geldt voor het bewind over de rechten van gebruik en bewoning.
3. Het bewind over een voorwaardelijke making wordt vermoed te zijn ingesteld in het belang van zowel degene die het goed bij vervulling der voorwaarde verkrijgt, als van degene die het alsdan verliest.
4. Het bewind over goederen of aandelen in goederen die gemeenschappelijk beheerd dienen te worden, wordt vermoed te zijn ingesteld in een gemeenschappelijk belang.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof 's-Gravenhage 2 november 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BU5705
- Rb. Rotterdam 24 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:13599
- Rb. Midden-Nederland 19 november 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:6398
- Rb. Midden-Nederland 9 december 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:8681
- Hof 's-Hertogenbosch 22 juli 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:2317
- Hof 's-Hertogenbosch 30 januari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:281
- Hof Arnhem-Leeuwarden 16 mei 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:4123
- Hof Amsterdam 8 januari 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5733