Art. 27 Vpb, Wijze van heffing
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Vpb)
1. De inspecteur herziet een voorlopige aanslag op verzoek voor zover die voorlopige aanslag op een ander bedrag is vastgesteld dan het bedrag waarop de aanslag, na verrekening van voorheffingen en reeds opgelegde voorlopige aanslagen, vermoedelijk zal worden vastgesteld.
2. Ingeval een verzoek om herziening geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, beslist de inspecteur bij een voor bezwaar vatbare beschikking, waarbij de termijn voor het instellen van bezwaar eindigt op de dag van de dagtekening van de aanslag waarmee de voorlopige aanslag wordt verrekend.
3. In afwijking van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 26 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is een voorlopige aanslag niet voor bezwaar vatbaar.
4. In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist de inspecteur binnen zes weken na ontvangst van een bezwaarschrift als bedoeld in het tweede lid.
5. De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot beschikkingen die afzonderlijk op het aanslagbiljet van de voorlopige aanslag zijn vermeld, waarbij voor de toepassing van dit artikel de belastingrente, bedoeld in Hoofdstuk VA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, geacht wordt onderdeel uit te maken van de voorlopige aanslag. De termijn, bedoeld in het tweede lid, bedraagt ter zake van de beschikking belastingrente ten minste zes weken na de dag van dagtekening van de gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek om herziening, met dien verstande dat een verzoek om herziening kan worden ingediend tot zes weken na de dag van dagtekening van de aanslag waarmee de voorlopige aanslag wordt verrekend.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3126
- Conclusie A-G Wattel 29 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:701
- Hof Den Haag 2 december 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2349
- Hof Amsterdam 3 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2441
- Rb. Den Haag 30 januari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:590
- Rb. Breda 16 oktober 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BY2071
- Rb. Arnhem 8 mei 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BG0183
- Conclusie A-G IJzerman 19 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:427
- Rb. Zeeland-West-Brabant 7 mei 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:3257
- Rb. Noord-Holland 28 februari 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:1388
- Rb. Noord-Holland 18 februari 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:1289
- Conclusie A-G Ettema 29 mei 2020, ECLI:NL:PHR:2020:549
- Conclusie A-G IJzerman 7 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:200
- Conclusie A-G IJzerman 7 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:199
- Conclusie A-G IJzerman 7 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:193
- Hof Den Haag 9 juni 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2285