Art. 1:334 BW, Beëindiging van voogdij
1. Indien de rechtbank de beëindiging van de voogdij uitspreekt, voorziet zij tevens in het gezag, behoudens het bepaalde in het derde lid.
2. Ieder die tot de uitoefening van het gezag bevoegd is, kan tijdens het onderzoek schriftelijk aan de rechtbank verzoeken daarmede te worden belast.
3. Indien sprake is van gezamenlijke uitoefening van de voogdij en de beëindiging van de voogdij slechts een van de voogden betreft, wordt de voogdij voortaan door de andere voogd alleen uitgeoefend.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 25 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:3384
- Rb. Zeeland-West-Brabant 19 februari 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:1077
- Rb. Zeeland-West-Brabant 19 februari 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:1076
- Rb. Noord-Nederland 12 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:78
- Rb. Noord-Nederland 1 september 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:5822
- Rb. Den Haag 16 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:9718
- Rb. Amsterdam 21 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3961