Rb. Noord-Nederland 12 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:78

Verzoek door grootouder tot beëindiging voogdij gecertificeerde instelling ex artikel 1:328 en 1:329 BW. De rechtbank is van oordeel dat de gecertificeerde instelling bij de uitvoering van de voogdijmaatregel zijn taken niet zodanig heeft georganiseerd dat dit tot verantwoorde hulp heeft geleid voor de minderjarige. Aan de in artikel 4.1.1 lid 1 en 2 van de Jeugdwet bedoelde kwaliteitseisen is in dit geval niet voldaan. Dat de moeder van de minderjarige door zijn vader om het leven is gebracht, waarna de vader suïcide heeft gepleegd, de context waarin dit geweld plaatsvond alsmede de gevolgen hiervan voor de ontwikkeling van de minderjarige in verleden, heden en toekomst zijn door de gecertificeerde instelling onvoldoende onderkend. Beslissingen van de gecertificeerde instelling met betrekking tot de plaatsing van de minderjarige, de informatie die hem is gegeven over de toedracht van het overlijden van zijn ouders en het contact tussen de minderjarige en de familie van moederszijde zijn niet zorgvuldig tot stand gekomen. Tussenbeschikking waarin een raadsonderzoek is gelast

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen