Art. 1:253aa BW, Het gezamenlijk gezag van ouders binnen een geregistreerd partnerschap
Burgerlijk Wetboek Boek 1 (BW1)
1. Gedurende hun geregistreerd partnerschap oefenen de ouders het gezag gezamenlijk uit.
2. De bepalingen met betrekking tot het gezamenlijk gezag van gehuwde en gehuwd geweest zijnde ouders zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van het omtrent scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed bepaalde. Na ontbinding van het geregistreerd partnerschap als bedoeld in artikel 80c, eerste lid, onderdeel d, blijven de ouders die gezamenlijk het gezag hebben, dit gezag gezamenlijk uitoefenen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Utrecht 9 september 2009, ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ7408
- Rb. 's-Gravenhage 6 maart 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AY5653
- Rb. Rotterdam 14 februari 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:1969
- Rb. Rotterdam 5 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:13381
- Rb. Rotterdam 5 september 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:9094
- Rb. Noord-Holland 8 augustus 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:9129
- Rb. Leeuwarden 12 november 2003, ECLI:NL:RBLEE:2003:AN8913
- Rb. Den Haag 30 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:27334
- Rb. Breda 4 december 2007, ECLI:NL:RBBRE:2007:BC0122
- Rb. Arnhem 22 juli 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BJ5930
- Conclusie A-G de Bock 26 september 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1047
- Hof 's-Hertogenbosch 27 augustus 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2659
- Hof Den Haag 27 september 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:1992