Art. 1:242a BW, De raad voor de kinderbescherming
Indien de ene ouder wordt verdacht van het doden van de andere ouder, of indien de ene ouder is veroordeeld wegens het doden van de andere ouder, stelt de raad voor de kinderbescherming een onderzoek in naar de wenselijkheid van een contact- of omgangsregeling van het kind met de ouder die wordt verdacht van of is veroordeeld wegens het doden van de andere ouder, zodra hij van de verdenking of veroordeling in kennis is gesteld. Op basis van dit onderzoek verzoekt de raad voor de kinderbescherming de kinderrechter om een contact- of omgangsregeling vast te stellen of om het contact of de omgang te ontzeggen. Een verzoek om het contact of de omgang te ontzeggen vermeldt tevens de duur van de verzochte ontzegging.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 8 april 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:3885
- Rb. Zeeland-West-Brabant 18 december 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:9020
- Rb. Zeeland-West-Brabant 25 maart 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:1927
- Rb. Zeeland-West-Brabant 11 maart 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:1488
- Rb. Rotterdam 22 mei 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:5117
- Rb. Rotterdam 5 december 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:13214
- Rb. Rotterdam 19 mei 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:4401
- Rb. Oost-Brabant 20 september 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:4512
- Rb. Limburg 6 maart 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:2153
- Rb. Den Haag 28 april 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:4362
- Hof 's-Hertogenbosch 20 april 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:1463
- Hof Arnhem-Leeuwarden 9 april 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:2368
- Hof Arnhem-Leeuwarden 8 maart 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1782
- Hof Amsterdam 7 september 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2905