Rb. Rotterdam 22 mei 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:5117

Kort geding. Eis van moeder die in voorarrest in Penitentiaire Inrichting verblijft, om contact te hebben met haar minderjarige kinderen. Moeder wordt verdacht van betrokkenheid bij de dood van de vader van deze kinderen. Betreft 4 minderjarigen die in 3 verschillende pleeggezinnen verblijven. Er is sinds arrestatie van moeder een aantal maanden geleden nog geen fysiek bezoek geweest. Moeder was voor haar arrestatie de verzorgende ouder. Jongste 2 minderjarigen hebben een beperking en praten niet. Raad voor de Kinderbescherming adviseert gelet op het belang van de minderjarigen frequent contact met hun moeder, te weten bezoek van de minderjarigen aan hun moeder van minimaal 1 keer in de 14 dagen, naast (video)belmomenten. De Jeugdbescherming kan eveneens instemmen met uitbreiding van de contacten met de kanttekening dat de eerste fysieke contacten worden begeleid. Voorzieningenrechter stelt een uitgebreide contactregeling vast rekening houdend met de specifieke behoeften van de minderjarigen. De Penitentiaire Inrichting heeft logistiek een probleem om meer dan 1 x per week een videobelcontact tot stand te brengen. De voorzieningenrechter gaat hieraan voorbij gelet op het recht op contact tussen kinderen en een ouder vastgelegd in o.a. het VN-Kinderrechtenverdrag en in het bijzonder gelet op het belang van de jongste 2 minderjarigen die vanwege hun handicap niet kunnen praten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen