Art. 1:174 BW, Scheiding van tafel en bed
1. Indien een tussen de echtgenoten bestaande gemeenschap van goederen door één van hen is benadeeld doordat hij na de aanvang van het geding of binnen zes maanden daarvóór lichtvaardig schulden heeft gemaakt, goederen der gemeenschap heeft verspild, of rechtshandelingen als bedoeld in artikel 88 van dit boek zonder de vereiste toestemming of beslissing van de rechtbank heeft verricht, is hij gehouden, nadat de beschikking waarbij de scheiding van tafel en bed is uitgesproken, is ingeschreven, de aangerichte schade aan de gemeenschap te vergoeden.
2. Een op het eerste lid gegronde rechtsvordering kan niet later worden ingesteld dan drie jaren na de inschrijving van de beschikking van scheiding van tafel en bed.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Gelderland 28 februari 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:1074
- Hof Den Haag 28 september 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2919
- Rb. Zeeland-West-Brabant 29 oktober 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:7490
- Rb. Rotterdam 17 maart 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:2448
- Rb. Amsterdam 13 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:6178
- Hof Amsterdam 15 oktober 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3763