Art. 42 MCP, Mijnbouwinstallaties

Mijnreglement continentaal plat (MCP)

1. Een mijnbouwinstallatie moet zijn voorzien:

a. van een of meer apparaten, waarmede geluidssignalen kunnen worden gegeven van zodanige sterkte, dat de veiligheid van de scheepvaart en van de op de mijnbouwinstallatie werkzame personen zoveel mogelijk is gewaarborgd, en welke zodanig zijn ingericht en geplaatst, dat ongeacht vanuit welke richting de installatie wordt genaderd, het geluidssignaal hoorbaar is;

b. van een radarreflector, indien Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, zulks verlangt.

2. Indien de meteorologische zichtbaarheid minder is dan twee zeemijlen, moet met de apparaten, bedoeld in het eerste lid onder a, een geluidssignaal worden gegeven, waarvan het karakter overeenkomt met dat van de Morse-letter U, met een periode van 30 seconden, verdeeld als volgt: signaal 3/4 seconde, stilte 1 seconde, signaal 3/4 seconde, stilte 1 seconde, signaal 2½ seconde, stilte 24 seconden.

3. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, nadere regelen stellen ten aanzien van de inrichting, sterkte en plaatsing van de apparaten, bedoeld in het eerste lid onder a.

4. De in het eerste lid, onder a, bedoelde apparaten moeten zodanig worden gevoed, dat hun ononderbroken werking is gewaarborgd.

5. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, van het eerste lid, onder a, ontheffing verlenen.