Art. 37 UW, Voortgezette vrijheidsbeneming en verwijdering uit Nederland
1. Een krachtens artikel 27 bevolen vrijheidsbeneming wordt - behoudens de mogelijkheid van verdere vrijheidsbeneming uit anderen hoofde - beëindigd, zodra:
a. zulks door de rechtbank of door de officier van justitie, ambtshalve of op verzoek van de gedetineerde of diens raadsman, dan wel door de Hoge Raad bij zijn beslissing op een beroep in cassatie wordt gelast;
b. zij dertig dagen heeft geduurd, tenzij de rechtbank inmiddels, op vordering van de officier van justitie, deze termijn heeft verlengd.
2. De officier van justitie gelast de beëindiging van de vrijheidsbeneming in elk geval zodra hij kennis heeft gekregen van een afwijzende beslissing van Onze Minister op het verzoek tot uitlevering.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Harteveld 17 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1341
- Rb. Amsterdam 3 augustus 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BY0020
- HR 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1735
- Rb. Noord-Holland 11 juni 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:9370
- Rb. Limburg 21 januari 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:499
- Rb. Amsterdam 8 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3618
- Rb. Amsterdam 24 maart 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:2200
- Rb. Amsterdam 9 februari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:1529
- Conclusie A-G Paridaens 27 augustus 2024, ECLI:NL:PHR:2024:825
- Conclusie A-G Harteveld 29 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:835