Art. 19 UW, Behandeling van het verzoek tot uitlevering
1. Indien de overgelegde stukken naar het oordeel van Onze Minister niet voldoen aan de vereisten omschreven in artikel 18, of aan nadere vereisten gesteld in het toepasselijke verdrag, biedt hij de autoriteiten van de verzoekende staat gelegenheid tot aanvulling of verbetering, binnen een door hem te stellen redelijke termijn.
2. In spoedeisende gevallen en voorzover een verdrag daarin voorziet kan de officier van justitie of de procureur-generaal bij de Hoge Raad, indien naar zijn oordeel, dat van de rechtbank of de Hoge Raad de overgelegde stukken niet voldoen aan de vereisten omschreven in artikel 18 of aan nadere vereisten gesteld in het toepasselijke verdrag welke ter beoordeling van de rechtbank of de Hoge Raad zijn, de door de verzoekende staat daartoe aangewezen autoriteiten gelegenheid bieden tot aanvulling of verbetering, binnen een door hem gestelde termijn.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 12 juli 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:5741
- Rb. Rotterdam 16 juli 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:5740
- Rb. Den Haag 5 april 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:7539
- Conclusie A-G Paridaens 11 maart 2025, ECLI:NL:PHR:2025:278
- Conclusie A-G Keijzer 1 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS2793
- Conclusie A-G Vellinga 20 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3308
- Conclusie A-G Keijzer 27 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0262
- HR 29 augustus 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX9175
- HR 21 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8044