Art. 20 Wet MRB 1966, Overgangs- en slotbepalingen
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966 (Wet MRB 1966)
Behoudens wettige bevoegdheid tot heffing van tol, de bevoegdheid van de provincies ingevolge de Provinciewet tot het heffen van opcenten op de motorrijtuigenbelasting en de bevoegdheid van de gemeenten ingevolge de Gemeentewet (Stb. 1992, 96) tot het heffen van parkeerbelastingen, wordt terzake van het gebruik van de weg met motorrijtuigen geen belasting geheven door andere publiekrechtelijke lichamen dan het Rijk.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 7 februari 1973, ECLI:NL:HR:1973:AX4776
- Hof Den Haag 28 mei 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1436
- Conclusie A-G IJzerman 16 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:697
- Conclusie A-G Keus 14 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ0520
- Conclusie A-G IJZERMAN 6 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BR0707
- Conclusie A-G IJZERMAN 6 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BR0689
- Conclusie A-G IJZERMAN 6 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BR0676
- Conclusie A-G Niessen 12 december 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD9387
- Conclusie A-G Loeb 26 juni 1996, ECLI:NL:PHR:1996:AA1920
- HR 26 juni 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1920
- HR 7 februari 1973, ECLI:NL:HR:1973:4