Art. 79 Mijnreglement 1964, Verkeer en vervoer
1. Vervoerswegen en voetpaden moeten zodanig zijn ingericht en worden onderhouden, dat de veiligheid voldoende is gewaarborgd.
2. De doorsnede van de vervoerswegen moet zodanig zijn, dat het vervoer veilig kan geschieden.
3. Vervoerswegen mogen niet voor verkeer worden gebruikt, tenzij voldoende ruimte voor een veilig verkeer aanwezig is, of - wanneer aan deze eis niet kan worden voldaan - de veiligheid van het verkeer door toepassing van doelmatige middelen op andere wijze is gewaarborgd.