Art. 77 Mijnreglement 1964, Verkeer en vervoer
1. De ondergrondse werken moeten zodanig zijn ingericht en de arbeid moet zodanig worden verricht, dat de arbeiders in de gelegenheid zijn de werkpunten ogenblikkelijk te verlaten en op veilige wijze de hoofdwegen te bereiken.
2. De winningsplaatsen moeten elk twee afzonderlijke vluchtwegen hebben.
3. Op hoekpunten van hoofdsteengangen, afdelingssteengangen en grondgalerijen moeten doelmatige wegwijzers zijn aangebracht.
4. De nummers van de tussenschachten en andere opbraken moeten op de betrokken laad- en losvloeren op voldoend duidelijke wijze zijn vermeld.
5. Onze Minister kan van het in het tweede lid bepaalde ontheffing verlenen.