Art. 290f Mijnreglement 1964, De arbeid
1. Een arbeider beneden 18 jaar mag geen arbeid verrichten, welke naar het oordeel van Onze Minister een uitgesproken negatieve invloed uitoefent op zijn ontwikkeling door:
a. de eenzijdigheid van de werkzaamheden,
b. een omstandigheid die visueel, door stank of anderszins weerzin opwekt,
c. een ongunstige omstandigheid met betrekking tot het binnenklimaat of de verlichting in de ruimte, waarin de arbeid wordt verricht,
d. de eenzaamheid, waarin de arbeid wordt verricht,
e. een niet passend groepsverband, of
f. de aard van het beloningssysteem.
2. Een arbeider beneden 18 jaar mag geen arbeid verrichten op een mijnbouwinstallatie, tenzij hij de voor hem geldende rusttijden op de vaste wal kan doorbrengen.