Art. 290a Mijnreglement 1964, De arbeid

Mijnreglement 1964

1. Een arbeider beneden 18 jaar mag geen arbeid verrichten:

a. in de ondergrondse werken, voor zover de arbeid bestaat in werkzaamheden, aangewezen krachtens artikel 229, tweede lid, onder b;

b. bestaande in door Onze Minister nader aangegeven werkzaamheden, waarbij het geluidsniveau in de gehoorgang zodanig is, dat er gevaar bestaat voor schade aan het gehoororgaan;

c. met of aan gereedschappen of werktuigen, door welke zodanige trillingen op lichaamsorganen of orgaansystemen worden overgebracht, dat gevaar bestaat dat deze worden beschadigd;

d. die wegens extreme koude of hitte de gezondheid in gevaar brengt.

2. Onze Minister kan gereedschappen of werktuigen aanwijzen, welke in ieder geval worden beschouwd als gereedschappen of werktuigen, bedoeld in het eerste lid, onder c.