Art. 183 Mijnreglement 1964, Bijzondere bepalingen voor bovengrondse werken
1. Een schacht moet aan of nabij de mond te allen tijde onmiddellijk voldoende brandwerend en voldoende luchtafsluitend kunnen worden gesloten.
2. Wanneer brand uitbreekt of een andere oorzaak optreedt, waardoor rook, schadelijke gassen of schadelijke dampen een schacht zouden kunnen bereiken, moeten terstond doelmatige maatregelen worden genomen om de veiligheid van de in de ondergrondse werken verblijvende personen zo afdoende mogelijk te verzekeren.
3. Onze Minister kan voor schachten in aanleg van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.