Art. 180 Mijnreglement 1964
Een acetyleenontwikkelaar moet zodanig zijn opgesteld en worden bediend, dat:
a. noch in de ruimte, waarin deze zich bevindt, noch in andere ruimten acetyleengas zich in die mate kan ophopen, dat met de lucht een explosief mengsel kan worden gevormd;
b. ontsteking van eventueel ontsnapt gas met zekerheid wordt voorkomen.