Art. 30a LB, Wijze van heffing
Wet op de loonbelasting 1964 (LB)
Indien op enig tijdstip wordt geconstateerd dat een werknemer tot een inhoudingsplichtige in dienstbetrekking staat, maar de werknemer niet in de loonadministratie van de inhoudingsplichtige is opgenomen of met betrekking tot de werknemer niet is voldaan aan de verplichting een eerstedagsmelding te doen, wordt de werknemer voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen geacht van de inhoudingsplichtige gedurende ten minste zes maanden voorafgaande aan het tijdstip van de constatering loon uit dienstbetrekking te hebben genoten tot per loontijdvak ten minste het bedrag van het loon dat de werknemer geniet in het loontijdvak van het tijdstip van de constatering, behoudens voorzover blijkt dat de werknemer niet gedurende die periode tot de inhoudingsplichtige in dienstbetrekking heeft gestaan of dat een lager loon is genoten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 7 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3117
- Rb. Zeeland-West-Brabant 29 juli 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:5739
- Rb. 's-Gravenhage 7 februari 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP5150
- Rb. 's-Gravenhage 8 november 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:28529
- Rb. 's-Gravenhage 19 juli 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:24462
- Rb. Noord-Holland 7 september 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:9965
- Rb. Breda 6 september 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BY2159
- Hof 's-Hertogenbosch 29 september 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:4152
- Hof 's-Gravenhage 23 oktober 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ0312
- Hof Den Haag 12 februari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:354
- Hof Amsterdam 15 december 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3816
- Hof Amsterdam 19 januari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:138