Art. 5 Zuiderzeesteunbesluit 1963, Vergoeding van waardevermindering

Zuiderzeesteunbesluit 1963

De belanghebbende en de zoon van een belanghebbende, die na 1952 en vóór 1 juni 1976 een houder van een visvergunning als bedoeld in het eerste lid onder a van het vorige artikel, in die vergunning zijn opgevolgd, worden voor de toepassing van deze titel geacht, in 1950, 1951 of 1952 houder van een visvergunning te zijn geweest.