Art. 1 WTSZ, Algemene bepalingen
Wet tarieven in strafzaken (WTSZ)
1. Op de voet van het bij en krachtens deze wet bepaalde worden vergoedingen toegekend voor werkzaamheden, voor tijdverzuim alsmede voor daarmede verband houdende noodzakelijke kosten, en voor gemaakte reis- en verblijfkosten, voor zover voortvloeiende uit een verzoek of opdracht van de justitie, ten behoeve van:
a. strafzaken, hieronder begrepen zaken betreffende overtredingen waarvan de burgerlijke rechter kennis neemt;
b. zaken waarin het openbaar ministerie optreedt ter uitvoering van de wet en waarvan de burgerlijke rechter kennis neemt.
2. Behoudens het bepaalde in lid 3, komen de vergoedingen ten laste van 's Rijks kas, voor zover in bijzondere wetten niet anders is bepaald.
3. Ingeval een verzoek of opdracht, als bedoeld in lid 1, is gedaan of gegeven op verzoek van de verdachte of gerekwestreerde en ingeval een verzoek of opdracht van dezelfde strekking zonder tussenkomst van de justitie is gedaan of gegeven door de verdachte of de gerekwestreerde, komen te diens laste vergoedingen, overeenkomstig het bij en krachtens deze wet bepaalde. Komen deze vergoedingen toe aan opsporingsambtenaren ingevolge een hun gedaan verzoek of gegeven opdracht tot het afleggen van een verklaring in een zaak waarin zij als zodanig zijn opgetreden, dan komen deze vergoedingen ten laste van 's Rijks kas.
4. Indien door de justitie, al dan niet op verzoek van de verdachte, opdracht tot oproeping en bijstand van een tolk of vertaler is gegeven of bijstand van een tolk is verleend op grond van artikel 28, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, komen deze vergoedingen eveneens ten laste van ’s Rijks kas.
5. Indien door de justitie, al dan niet op verzoek van het slachtoffer, opdracht tot oproeping en bijstand van een tolk of vertaler is gegeven of bijstand van een tolk is verleend op grond van artikel 51c, vijfde lid, artikel 51ca, eerste, vierde of negende lid of op grond van artikel 163, derde of zevende lid, van het Wetboek van Strafvordering, dan komen de vergoedingen ten laste van ’s Rijks kas.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof 's-Hertogenbosch 15 juni 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BW9025
- CRvB 13 oktober 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0780
- Conclusie A-G Spronken 17 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:172
- Conclusie A-G Spronken 17 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:582
- Hof Amsterdam 9 februari 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BV6313
- CRvB 17 februari 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV2592
- CRvB 27 september 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AU3702
- Rb. Zwolle-Lelystad 30 juli 2008, ECLI:NL:RBZLY:2008:BE0078
- Rb. Utrecht 30 maart 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ3047
- Rb. Utrecht 30 maart 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ3044
- Rb. Utrecht 22 maart 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP8586
- Rb. 's-Hertogenbosch 3 november 2006, ECLI:NL:RBSHE:2006:AZ1816
- Rb. 's-Hertogenbosch 3 november 2006, ECLI:NL:RBSHE:2006:AZ1815
- Rb. 's-Gravenhage 1 oktober 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3992
- Rb. Haarlem 27 mei 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BM9752
- Rb. Alkmaar 28 april 2011, ECLI:NL:RBALK:2011:BT6583
- Rb. Alkmaar 7 september 2006, ECLI:NL:RBALK:2006:AY7737
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 9 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2088
- Hof Den Haag 25 februari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:439
- Hof Arnhem-Leeuwarden 5 oktober 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:8539