Art. 69 Wet op de Ruimtelijke Ordening, Slotbepalingen
Wet op de Ruimtelijke Ordening
1. Onderstaande personen hebben in de hierna genoemde gebieden van zonsopgang tot zonsondergang toegang tot alle terreinen, voor zover dat redelijkerwijs voor de uitvoering van deze wet nodig is: de burgemeester en de door hem aan te wijzen personen.
1°. in het gehele Rijk: de voorzitter en de leden van de Rijksplanologische Commissie en de door Onze Minister aan te wijzen rijksambtenaren;
2°. in een provincie: de door de commissaris van de Koning aan te wijzen personen;
3°. in een gemeente:
2. Wij kunnen bij algemene maatregel van bestuur voorschrijven dat ten aanzien van bepaalde plaatsen de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid slechts wordt uitgeoefend door bepaalde van de in het eerste lid genoemde personen.
3. De in het eerste lid bedoelde personen verschaffen zich zo nodig de toegang met behulp van de sterke arm.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 4 juli 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA8682
- Rb. Zutphen 25 november 2009, ECLI:NL:RBZUT:2009:BK4440
- Rb. Zutphen 10 augustus 2001, ECLI:NL:RBZUT:2001:AB3308
- Rb. Maastricht 8 september 2005, ECLI:NL:RBMAA:2005:AU2723
- Rb. Arnhem 12 juni 2001, ECLI:NL:RBARN:2001:AB2063
- Hof Arnhem 1 augustus 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AY5984
- Hof Arnhem 13 augustus 2002, ECLI:NL:GHARN:2002:AE7320
- Hof Arnhem 19 februari 2002, ECLI:NL:GHARN:2002:AE1522