Hof Arnhem 1 augustus 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AY5984
Het vaststellen van de overtreding geschiedt, anders dan [appellant] heeft aangevoerd, niet volstrekt willekeurig, maar aan de hand van de gebruikelijke observaties door daartoe aangestelde toezichthouders als bedoeld in artikel 69 Wet op de Ruimtelijke Ordening juncto artikel 5:11 Awb en openbare gegevens. De verkrijging van die informatie is noodzakelijk ter controle op de handhaving van bestemmingsplanvoorschriften. [appellant] heeft gesteld dat de wijze van de controles – het stelselmatig observeren en fotograferen van de recreatiewoning – in strijd is met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Naar het oordeel van het hof heeft [appellant] onvoldoende gesteld dat hij en/of zijn recreatiewoning onevenredig vaak en/of indringend wordt geobserveerd of gefotografeerd. Dit klemt temeer waar [appellant] tot 11 maart 2003 op het adres van de recreatiewoning stond ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie. Uit de ‘controleformulieren PBW’ die de desbetreffende controleambtenaar [C.] heeft opgemaakt [..] blijkt dat controles hebben plaatsgevonden [..]. Voor de vaststelling of iemand zijn hoofdverblijf in de recreatiewoning heeft, is de gemeente voor haar bewijsvoering noodzakelijkerwijs aangewezen op een stelselmatige controle. De door de gemeente verrichte controles dienen derhalve een redelijk handhavingsbelang.
De uitspraak op rechtspraak.nl