Art. 56a Wet op de Ruimtelijke Ordening, Bezwaar en beroep
Wet op de Ruimtelijke Ordening
In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de beroepstermijn aan:
a. in een geval als bedoeld in artikel 54, tweede lid, onder b, met ingang van de dag van terinzagelegging van het besluit omtrent goedkeuring overeenkomstig artikel 11, vijfde lid;
b. in een geval als bedoeld in artikel 54, tweede lid, onder d, met ingang van de dag van terinzagelegging van het besluit omtrent goedkeuring overeenkomstig artikel 28, zesde lid of artikel 29, derde lid;
c. in een geval als bedoeld in artikel 54, tweede lid, onder e, met ingang van de dag van terinzagelegging van het besluit van Onze Minister overeenkomstig artikel 29, zevende lid;
d. in een geval als bedoeld in artikel 54, tweede lid, onder f, met ingang van de dag van terinzagelegging van het besluit van gedeputeerde staten overeenkomstig artikel 28, zesde lid;
e. in een geval als bedoeld in artikel 56, tweede lid, onder b, met ingang van de dag na die waarop de beschikking waarop de aanwijzing betrekking heeft, is gegeven;
f. voor beroepen tegen een of meer concrete beleidsbeslissingen of een herziening daarvan, in een planologische kernbeslissing die de grondslag vormt voor een rijksprojectbesluit of voor een besluit als bedoeld in artikel 39j, eerste lid, met ingang van de dag waarop beroep kan worden ingesteld tegen het rijksprojectbesluit of de herziening daarvan dan wel tegen een besluit als bedoeld in artikel 39j, eerste lid, met dien verstande dat indien niet binnen een jaar na het van kracht worden van de planologische kernbeslissing of de herziening daarvan een daarop berustend rijksprojectbesluit onderscheidenlijk een besluit als bedoeld in artikel 39j, eerste lid, is bekendgemaakt, de beroepstermijn aanvangt met ingang van de dag waarop dat jaar is verstreken;
g. voor een beroep tegen een rijksprojectbesluit dat de grondslag vormt voor een besluit als bedoeld in artikel 39j, eerste lid, met ingang van de dag waarop beroep kan worden ingesteld tegen een besluit als bedoeld in artikel 39j, eerste lid, met dien verstande dat indien niet binnen een jaar na het van kracht worden van het rijksprojectbesluit een daarop berustend besluit als bedoeld in artikel 39j, eerste lid, is bekendgemaakt, de beroepstermijn aanvangt met ingang van de dag waarop dat jaar is verstreken; dit onderdeel is niet van toepassing in gevallen als bedoeld in onderdeel f.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 23 mei 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA5515
- ABRvS 28 december 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU8730
- ABRvS 11 augustus 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN3741
- ABRvS 1 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ6793
- ABRvS 21 oktober 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK0850
- ABRvS 30 september 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ8905
- ABRvS 19 november 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG4729
- ABRvS 5 november 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG3386
- ABRvS 7 mei 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD1084
- ABRvS 16 april 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC9604
- ABRvS 26 maart 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC7621
- ABRvS 20 februari 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC4674
- ABRvS 20 februari 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC4647
- ABRvS 13 augustus 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB2129
- ABRvS 26 maart 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA2223
- ABRvS 20 december 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ4812
- ABRvS 13 december 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ4773
- ABRvS 24 augustus 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU1420
- ABRvS 24 augustus 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU1418
- ABRvS 27 juli 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU0128