Art. 13 Waterleidingwet, Het toezicht op waterleidingbedrijven in het belang der volksgezondheid
1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 9 en 12 is de eigenaar van een waterleidingbedrijf verplicht binnen een door de Inspecteur te stellen termijn de maatregelen te nemen, welke nodig zijn te achten, teneinde te voorkomen, dat de gezondheidstoestand van personen of bepaalde groepen van personen de deugdelijkheid van het drinkwater in gevaar brengt.
2. De Inspecteur geeft in zijn beschikking aan welke maatregelen hij wenselijk acht.
3. Het eerste lid geldt onverminderd artikel 25 van de Infectieziektenwet.