Art. 37 AOW, De vrijwillige verzekering
De vrijwillige verzekering, bedoeld in artikel 35, eerste lid, eindigt:
a. met ingang van de eerste dag van de tweede maand volgend op die waarin de Sociale verzekeringsbank een schriftelijke opzegging van de gewezen verzekerde heeft ontvangen;
b. met ingang van de dag waarop de gewezen verzekerde de pensioengerechtigde leeftijd bereikt;
c. met ingang van de dag, waarop de periode van tien jaar, bedoeld in artikel 35, eerste lid, is verstreken;
d. met ingang van de dag, waarop de gewezen verzekerde verplicht verzekerd wordt op grond van deze wet;
e. met ingang van de eerste dag van de vierde maand volgend op de laatste dag van de door de Sociale verzekeringsbank gestelde termijn waarbinnen de verschuldigde premie voor de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering, bedoeld in artikel 71 van de Wet financiering sociale verzekeringen, dient te worden betaald, indien de betaling niet of niet geheel heeft plaatsgevonden;
f. met ingang van de dag volgend op de laatste dag van een door de Sociale verzekeringsbank gestelde termijn waarbinnen de gewezen verzekerde de van hem, in verband met de toepassing van dit hoofdstuk, verlangde inlichtingen dient te verstrekken, indien de gewezen verzekerde die gegevens niet heeft verstrekt, tenzij de gewezen verzekerde aannemelijk maakt dat dat hem niet in overwegende mate kan worden verweten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 14 augustus 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2736
- CRvB 3 mei 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:CA1167
- CRvB 15 juni 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3847
- Conclusie A-G Wattel 14 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0516
- Conclusie A-G Van Soest 19 juni 1996, ECLI:NL:PHR:1996:AA2022
- Conclusie A-G Van Soest 12 juni 1996, ECLI:NL:PHR:1996:AA1905
- HR 19 juni 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA2022
- HR 12 juni 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1905
- CRvB 5 september 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2966
- CRvB 9 juli 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AR1491