Art. 14 BEKENDMAKING TEKST VAN STATUTEN EN PENSIOENREGLEMENT VAN DE STICHTING: NOTARIEEL PENSIOENFONDS, Pensioenreglement van de stichting: notarieel pensioenfonds
BEKENDMAKING TEKST VAN STATUTEN EN PENSIOENREGLEMENT VAN DE STICHTING: NOTARIEEL PENSIOENFONDS
1. Het pensioen van de wezen van een gepensionneerde gewezen deelnemer bedraagt voor ieder hunner 10% van het laatstgenoten pensioen van die gewezen deelnemer.
2. Het pensioen van de wezen van een nog niet gepensionneerde gewezen deelnemer bedraagt voor ieder hunner 10% van het ouderdomspensioen, dat aan die gewezen deelnemer bij het bereiken van de 70-jarige leeftijd zou zijn toegekomen. Hebben de wezen tijdelijk pensioen genoten gedurende een periode, onmiddellijk voorafgaande aan de periode, waarin wezenpensioen wordt genoten, dan kan het wezenpensioen niet lager zijn dan het tijdelijk pensioen.
3. Het pensioen van de wezen van een deelnemer bedraagt voor ieder hunner 10% van het ouderdomspensioen, waarop de overleden deelnemer overeenkomstig artikel 6 recht zou hebben verkregen, indien hij van de datum van zijn overlijden af tot het ogenblik, waarop hem wegens het bereiken van de 70-jarige leeftijd ontslag zou zijn verleend, onafgebroken deelnemer zou zijn gebleven, met dien verstande, dat daarbij de diensttijd, na de 42-ste verjaardag volbracht, steeds voor diensttijd als notaris geldt.
4. Is de moeder van een wettig of gewettigd kind overleden of geniet zij geen weduwepensioen, dan bedraagt zijn wezenpensioen het dubbele van het bedrag, dat hem ingevolge de vorige leden zou toekomen. Het hierbepaalde is van overeenkomstige toepassing op het pleegkind van een overleden deelnemer, onderscheidenlijk gewezen deelnemer.
5. Indien een kind aan het deelnemerschap van meer dan één ouder of pleegouder recht op pensioen ontleent, zal het wezenpensioen niet meer bedragen dan het hoogste bedrag, waarop het als kind van één hunner aanspraak kan maken.