Art. 30 Wegw, De inhoud van den legger
1. De legger houdt in:
I. het nommer van den weg;
II. den naam, waaronder de weg bekend staat;
III. de eindpunten en de richting van den weg;
IV. de beperkingen in het gebruik van den weg, als bedoeld in artikel 6, alsmede de afschuttingen, welke zich op den weg bevinden;
V. de verharding met vermelding van haren aard, breedte en lengte;
VI. de zich in den weg bevindende bruggen en duikers, met vermelding van hunnen aard, hoofdafmetingen en samenstelling;
VII. de onderhoudsplichtigen van den weg en van de zich daarin bevindende bruggen en duikers;
VIII. den omvang van den onderhoudsplicht;
IX. degenen, die tot het onderhoud hebben bij te dragen, met vermelding van de hoegrootheid der bijdrage;
X. het gezag, dat volgens de artikelen 16 of 17 heeft te zorgen, dat de weg in goeden staat verkeert.
2. Van bruggen, welke onder een afzonderlijk nommer op den legger worden gebracht, worden aard, hoofdafmetingen en samenstelling onder VI vermeld.
3. Tot den legger behoort eene overzichtskaart op geen kleinere schaal dan 1 op 25 000, waarop de wegen met hunne nommers zijn aangewezen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 21 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3253
- Rb. Noord-Nederland 1 september 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:4916
- Hof Arnhem-Leeuwarden 10 januari 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:271
- ABRvS 20 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2087
- Rb. Overijssel 28 januari 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:375
- Rb. Den Haag 24 juli 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:8805
- Conclusie A-G Keus 27 februari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG9907
- Hof 's-Hertogenbosch 25 januari 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BP4896