Art. 6 Uitvoeringsbesluit Zeebrievenwet 1926

Uitvoeringsbesluit Zeebrievenwet 1926

1. Wanneer van eene op den voet van dit besluit verleende tijdelijke vergunning tot het voeren van de Nederlandsche vlag misbruik wordt gemaakt of gegrond vermoeden bestaat, dat zoodanig misbruik zal worden gemaakt, wordt die vergunning terstond buiten werking gesteld door Onzen Minister of door den naastbijzijnden Nederlandschen diplomatieken, consulairen of kolonialen ambtenaar.

2. Bovendien kan de Nederlandsche autoriteit, die eene tijdelijke vergunning heeft afgegeven, deze te allen tijde intrekken.