Art. 3 Uitvoeringsbesluit Zeebrievenwet 1926

Uitvoeringsbesluit Zeebrievenwet 1926

De vergunningen vervallen:

a. door het verloop van één jaar na den dag van afgifte;

b. wanneer het schip niet meer voldoet aan de in artikel 1 bedoelde vereischten omtrent den eigendom;

c. wanneer de naam van het schip is veranderd;

d. door gebruik van het schip tot kaapvaart, zeeroof, slavenhandel, smokkelhandel, spionnage of ander bedrijf, waarvoor de vergunning niet is afgegeven;

e. wanneer het schip wordt gesloopt, vergaat of door zeeroovers of vijanden wordt genomen.

Wanneer echter de termijn, onder a bedoeld, gedurende de reis verstrijkt, blijft de vergunning van kracht tot de terugkomst van het schip ter plaatse waar het tehuis behoort, doch niet langer dan drie maanden.