Art. 66a Sv, Bevelen tot voorloopige hechtenis
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. Wanneer de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding of gevangenneming is verstreken, kan de officier van justitie ook voor de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting ten spoedigste de gevangenneming van de nog niet in vrijheid gestelde verdachte vorderen, indien
a. de officier van justitie heeft verzuimd tijdig de vordering tot verlenging in te dienen,
b. de voorwaarden voor toepassing van voorlopige hechtenis nog bestaan, en
c. het bevel tot voorlopige hechtenis was gegeven terzake van verdenking van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld.
2. De rechtbank stelt de verdachte die op de terechtzitting aanwezig is, in de gelegenheid op de vordering te worden gehoord.
3. Aan de verdachte die niet op de terechtzitting aanwezig is, wordt de vordering tot gevangenneming onverwijld in persoon betekend. De rechtbank beslist niet dan na de verdachte te hebben gehoord, althans behoorlijk te hebben opgeroepen. Zij kan de medebrenging van de verdachte gelasten.
4. De rechtbank beslist op de vordering binnen 24 uur na de indiening daarvan. De verdachte wordt in afwachting van de beslissing op de vordering tot gevangenneming niet in vrijheid gesteld.
5. Indien nog geen dagvaarding is uitgebracht, worden de bepalingen in het tweede tot en met het vierde lid toegepast door de raadkamer.
6. De termijnen, bedoeld in de artikelen 75, derde lid, en 282 zijn van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Keulen 12 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:131
- Rb. Amsterdam 17 oktober 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:6372
- Rb. Amsterdam 18 januari 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:208
- Hof 's-Hertogenbosch 27 juni 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:2368
- Hof 's-Gravenhage 9 juli 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BN4699
- Hof Arnhem-Leeuwarden 20 januari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:10781
- Hof Amsterdam 17 oktober 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4729
- Rb. 's-Hertogenbosch 24 oktober 2012, ECLI:NL:RBSHE:2012:BY1460
- Rb. Oost-Brabant 10 augustus 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:4813
- Rb. Noord-Holland 16 december 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:10681
- Rb. Midden-Nederland 2 oktober 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:4795
- Rb. Limburg 21 januari 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:499
- Rb. Den Haag 12 oktober 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:10450
- Rb. Amsterdam 8 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3618
- Rb. Amsterdam 29 maart 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2556
- Rb. Amsterdam 15 juli 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:4595
- Conclusie A-G Vegter 1 december 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1140
- Conclusie A-G Machielse 11 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO1585
- Conclusie A-G Wortel 19 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS7552
- Conclusie A-G Vellinga 7 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR5708