Hof 's-Gravenhage 9 juli 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BN4699

Vordering als bedoeld in artikel 66a Sv De advocaat-generaal heeft door omstandigheden er niet voor kunnen zorgen dat de vordering tot verlenging van de gevangenneming tijdig, dat wil zeggen binnen 60 dagen na aanvang van de termijn, werd behandeld door de raadkamer van het hof. Blijkens de wetsgeschiedenis begint de in artikel 66a, lid 1 met de woorden "ten spoedigste" aangeduide termijn te lopen op het moment dat de advocaat-generaal het termijnverloop bemerkt. In raadkamer is niet aannemelijk geworden dat de advocaat-generaal niet ten spoedigste na bedoeld moment de onderhavige vordering heeft gedaan. Het hof wijst de vordering van de advocaat-generaal toe en beveelt de gevangenneming van de verdachte voor de duur van 90 dagen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen