Art. 126zja Sv, Opnemen en onderzoek communicatie
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf kan de officier van justitie, indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot bepaalde gegevens die ten tijde van de vordering zijn opgeslagen in een geautomatiseerd werk en waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij in het bijzonder vatbaar zijn voor verlies of wijziging, vorderen dat deze gegevens gedurende een periode van ten hoogste negentig dagen worden bewaard en beschikbaar gehouden. De vordering kan niet worden gericht tot de verdachte.
2. Artikel 126ni, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:475
- HR 21 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:241
- HR 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:408
- HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:477
- HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:476
- Conclusie A-G Bleichrodt 27 februari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:228
- Conclusie A-G Vegter 10 januari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:27
- Hof Den Haag 26 april 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:683