Art. 125p Sv, Doorzoeking ter vastlegging van gegevens
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, kan de officier van justitie aan een aanbieder van een communicatiedienst als bedoeld in artikel 138g het bevel richten om terstond alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om bepaalde gegevens die worden opgeslagen of doorgegeven, ontoegankelijk te maken, voor zover dit noodzakelijk is ter beëindiging van een strafbaar feit of ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten.
2. Het bevel, bedoeld in het eerste lid, is schriftelijk en vermeldt:
a. het strafbare feit;
b. de feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat ontoegankelijkmaking van de gegevens noodzakelijk is om het strafbare feit te beëindigen of nieuwe strafbare feiten te voorkomen;
c. welke gegevens ontoegankelijk moeten worden gemaakt.
3. Artikel 125o, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Het bevel, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden gegeven na voorafgaande schriftelijke machtiging, op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris. De rechter-commissaris stelt de aanbieder tot wie het bevel is gericht in de gelegenheid te worden gehoord. De aanbieder is bevoegd zich bij het horen door een raadsman te doen bijstaan.
5. Degene tot wie het bevel, bedoeld in het eerste lid, is gericht neemt in het belang van het onderzoek geheimhouding in acht omtrent al hetgeen hem ter zake van het bevel bekend is.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Den Haag 8 oktober 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:11250
- Rb. Noord-Holland 19 juli 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:10091
- Rb. Rotterdam 25 februari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:2040
- Rb. Oost-Brabant 14 mei 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:2069
- Conclusie A-G Harteveld 8 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:220
- Conclusie A-G Harteveld 8 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:218
- Hof Den Haag 5 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:333
- Hof Den Haag 23 augustus 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:1550