Art. 29 Tramwegreglement, Van trekvoertuigen, welke door andere drijfkracht dan stoom worden bewogen

Tramwegreglement

1. Krachtvoertuigen door een of meer electromotoren voortbewogen, zijn voorzien van:

a. inrichtingen die beveiligen tegen te grote sterkte van de electrische stroom en inrichtingen die beveiligen tegen overspanning tenzij deze laatste inrichtingen elders zijn ondergebracht;

b. geleidende verbindingen tussen de spoorstaven en alle delen van het krachtvoertuig, die, indien zij tengevolge van breuk in de bovenleiding of door andere oorzaken onder spanning zouden komen, gevaar opleveren.

2. Blanke stroomleidingen, verbindingen met het onderstel uitgezonderd, mogen slechts worden gebruikt indien zij onwrikbaar op isolatoren zijn bevestigd en buiten bereik van onbevoegden zijn aangebracht.