Art. 28 Tramwegreglement, Maatregelen bij ketelbeproevingen door den tramwegdienst te nemen
Bij elke beproeving en bij elk inwendig onderzoek in artikel 24 bedoeld van den stoomketel op een trekvoertuig wordt door bestuurders zorg gedragen, dat:
a. de ketel, indien deze op het trekvoertuig ter beproeving wordt aangeboden, geplaatst zij boven een droogliggenden aschkuil, en in elk geval te bekwamer hoogte voor het onderzoek;
b. de vuur- en rookkast en de pijpen behoorlijk gereinigd en de aschbak, roosters, vuurbrug, enz. verwijderd zijn.