Art. 52a ZW, Van het ziekengeld
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft voor de krachtens deze wet gemaakte kosten verhaal op degene, die in verband met het veroorzaken van ongeschiktheid tot werken jegens de verzekerde naar burgerlijk recht tot schadevergoeding is verplicht, doch ten hoogste tot het bedrag, waarvoor deze bij het ontbreken van de aanspraken krachtens deze wet naar burgerlijk recht aansprakelijk zou zijn, verminderd met een bedrag, gelijk aan dat van de schadevergoeding tot betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de verzekerde naar burgerlijk recht is gehouden.
2. De eigenrisicodrager treedt voor de toepassing van het eerste lid in de plaats van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
3. De in het eerste lid bedoelde aansprakelijke is eveneens verplicht tot vergoeding van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de eigenrisicodrager gemaakte redelijke kosten ter nakoming van de verplichtingen tot inschakeling in de arbeid van de verzekerde, die op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de eigenrisicodrager rusten op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen alsmede de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de daarop berustende bepalingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de verzekerde ten dienste zou hebben gestaan.
4. De werkgever en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekken elkaar op verzoek informatie, die noodzakelijk is voor de uitoefening van het regresrecht. Bij deze informatieverstrekking worden persoonsgegevens, waaronder het burgerservicenummer, verwerkt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Hartlief 28 maart 2025, ECLI:NL:PHR:2025:396
- Rb. Rotterdam 16 december 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:9882
- Conclusie A-G Wattel 24 december 2013, ECLI:NL:PHR:2013:2387
- Hof 's-Hertogenbosch 26 februari 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:698
- Rb. Rotterdam 13 mei 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:4462
- Rb. Noord-Holland 24 februari 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:1516
- Rb. Gelderland 30 oktober 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:7777
- Rb. Almelo 12 januari 2000, ECLI:NL:RBALM:2000:AA4788
- Conclusie A-G Hartlief 23 februari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:189
- Conclusie A-G Assink 20 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1361
- Conclusie A-G Spier 24 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF7002
- Conclusie A-G Hartkamp 7 januari 1994, ECLI:NL:PHR:1994:9
- Conclusie A-G ten Kate 27 januari 1984, ECLI:NL:PHR:1984:AG4748
- Hof Leeuwarden 25 juni 2008, ECLI:NL:GHLEE:2008:BD5820